Wat heeft het gekost

Toelichting per ambitie

Bedragen x € 1 mln

Begroting 2025 primitief

Begroting 2025
 na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Lasten

Nijmegenaren kunnen participeren

57,4

61,7

59,1

2,7

Nijmegenaren beschikken over financiële bestaanszekerheid

151,5

164,9

174,3

-9,4

208,9

226,7

233,3

-6,7

Baten

Nijmegenaren kunnen participeren

0,0

1,1

1,1

0,0

Nijmegenaren beschikken over financiële bestaanszekerheid

116,4

130,5

131,3

0,9

116,4

131,5

132,4

0,9

Totaal per programma

92,4

95,1

100,9

-5,8

Verschil = Begroting na wijziging -/- Rekening (+ = voordeel; - = nadeel)

Totaal programma
Aan het programma Werk en Inkomen geven we per saldo 100,9 miljoen euro uit. Het grootste deel hiervan gaat naar de ambitie ‘ Nijmegenaren kunnen participeren’.

Op het programma is een nadelig resultaat behaald van 5,8 miljoen euro. Dit wordt is voornamelijk veroorzaakt door een nadelig resultaat op de bijstandsuitkeringen en een nadelig resultaat op de studietoeslag.

Per ambitie
Nijmegenaren kunnen participeren
Ten opzichte van de dynamische begroting is er per saldo 2,7 miljoen euro voordeel op deze ambitie.
Lasten: 2,7 miljoen euro voordeel
Baten: 0,0 miljoen euro

Bij onderstaande doelen lichten we de oorzaken voor de grootste afwijkingen toe.

Doel: Meer perspectief op maatschappelijke participatie en/of duurzaam, betaald werk
Lasten: 2,6 miljoen euro voordeel
Baten: 0,0 miljoen euro  

Voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) heeft de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) minder uitgegeven dan het bedrag dat is opgenomen in de gemeentelijke begroting. Het voordelige resultaat op de Wsw bedraagt 1,0 miljoen euro. Vanaf 2015 is er géén nieuwe instroom mogelijk in de Wsw. De uitstroom van SW-medewerkers door natuurlijk verloop heeft de afgelopen jaren versneld plaatsgevonden. Ook in 2025 is de uitstroom hoger dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Doordat de totale loonkosten van SW-medewerkers - als gevolg van de uitstroom - zijn gedaald, ontstaat er een voordeel ten opzichte van de gemeentelijke begroting.

Op de inzet van loonkostensubsidies is een voordelig resultaat behaald van 0,2 miljoen euro. Het aantal ingezette loonkostensubsidies door het WerkBedrijf is dit jaar toegenomen (+12,3%) en blijft doorgroeien. Ondanks de toename van het aantal ingezette loonkostensubsidies is er ten opzichte van de definitieve Rijksuitkering 2025 (onderdeel van BUIG) een onderbesteding.

Op de inzet van de Participatiemiddelen is een voordelig resultaat behaald van 1,2 miljoen euro. Belangrijkste verklaring voor dit voordelige resultaat is de door de regiogemeenten opgelegde structurele financiële taakstelling op het participatiebudget van de MGR.

Doel: Stimuleren en versterken van de samenwerking in de arbeidsmarktregio
Lasten: 0,4 miljoen euro voordeel
Baten: 0,0 miljoen euro  

Op het project Aanpak jeugdwerkgelegenheid is een voordelig resultaat behaald van 0,3 miljoen euro. Niet alle geprogrammeerde middelen zijn dit jaar ingezet. Het huidige programma voor de aanpak jeugdwerkgelegenheid stopt eind 2025.

Op onderstaande doelen zijn kleine afwijkingen gerealiseerd ten opzichte van de begroting:

  • Participatie bevorderen van inwoners vanaf 18 jaar
  • Verkleinen gezondheidsverschillen armoede

Nijmegenaren beschikken over financiële bestaanszekerheid
Ten opzichte van de dynamische begroting is er per saldo 8,5 miljoen euro nadeel op deze ambitie.
Lasten: 9,4 miljoen euro nadeel
Baten: 0,9 miljoen euro voordeel

Bij onderstaande doelen lichten we de oorzaken voor de grootste afwijkingen toe.

Doel: Verstrekken uitkeringen en toeslagen
Lasten: 9,5 miljoen euro nadeel
Baten: 0,9 miljoen euro voordeel

De uitgaven aan bijstandsuitkeringen (PW, IOAW/Z, BBZ levensonderhoud) en BBZ bedrijfskredieten zijn dit jaar toegenomen waardoor de bijstandsbudgetten (BUIG) - net als voorgaande jaren - zijn overschreden. Dit levert een nadelig resultaat op van totaal 6,9 miljoen euro. De toename van de uitgaven aan bijstandsuitkeringen heeft voornamelijk te maken met de stijging van het totale klantenbestand. Ten opzichte van eind 2024 is het klantenbestand toegenomen met 59 klanten (+ 0,84%). Het gemiddelde klantenbestand is in 2025 - ten opzichte van 2024 - toegenomen met 85 klanten (+ 1,22%). Net als voorgaande jaren constateren we dat het Rijksbudget BUIG ontoereikend is om de uitgaven aan bijstandsuitkeringen te dekken. We verwachten dat een deel van het tekort gecompenseerd gaat worden door een beroep te doen op de vangnetuitkering Participatiewet. Aanvraag en indiening van de vangnetuitkering vindt echter pas plaats in 2026.

Aan de studietoeslag (uitkeringen en medische onderzoekskosten) is 1,6 miljoen euro meer uitgegeven dan begroot. De overschrijding op de studietoeslag is ten opzichte van 2024 verder toegenomen. We constateren dat het aantal studenten dat een beroep doet op de studietoeslag in 2025 verder is toegenomen (ten opzichte van eind 2024 +119). Daarnaast zijn de normbedragen per leeftijdscategorie in 2025 verhoogd.
De uitgaven die betrekking hebben op nabetalingen aan studenten over voorgaande jaren zijn medeoorzaak van de overschrijding. Over voorgaande jaren is er voor 0,7 miljoen euro aan studietoeslag uitgekeerd.

Er is in totaal 1,9 miljoen euro uitgegeven aan de afhandeling van de kinderopvangtoeslagaffaire (KOT). Hiervoor was 1,0 miljoen begroot. Dit levert een nadelig resultaat op 0,9 miljoen op. Het rijk compenseert de gemeente volledig voor deze uitgaven.

Aan de regelingen van bijzondere bijstand is 0,2 miljoen meer uitgegeven dan begroot.

Op onderstaande doelen zijn kleine afwijkingen gerealiseerd ten opzichte van de begroting:

  • Aanbieden aanvullende gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen
  • Duurzaam uit de schulden
  • Voorkomen problematische schulden

Het verschil tussen de primitieve begroting en de dynamische begroting is hierboven toegelicht bij het onderdeel Begrotingswijzigingen.

Lasten & baten

233

21,1%

132

11,5%

Deze pagina is gebouwd op 04/07/2026 14:06:51 met de export van 04/07/2026 13:52:52