Visie
Onze ambities en doelen staan in de Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 is op 28 oktober 2020 vastgesteld. Begin 2025 is de geactualiseerde omgevingsvisie (met de gebiedsuitwerkingen per stadsdeel) ter inzage gelegd en op 10 september 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. Nijmegen heeft de ambitie om een nabije en rechtvaardige stad te zijn. Een gezonde leefomgeving en de brede welvaart zijn hierin belangrijk. Nijmegen wil dat nieuwe woonruimten, banen en andere functies hierbinnen passen. Nijmegen wil namelijk dat huidige en toekomstige generaties goed, gezond en veilig kunnen wonen, werken en verblijven in Nijmegen.
In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van ons beleid
Het gaat om de volgende beleidshoofdlijnen: de sociale en gezonde stad, de aantrekkelijke stad, de economische veerkrachtige stad, en de duurzame stad. De Omgevingsvisie is de ruimtelijke weerslag van de ambities die we hebben voor Nijmegen. Ruimte is echter een schaars goed. We moeten kiezen welke combinatie van ambities we waar willen maken en op welke plekken.
Nijmegen blijft een compacte en leefbare stad
In de Omgevingsvisie staan uitgangspunten voor het gebruik van de ruimte in Nijmegen. Deze visie geeft daarmee de komende jaren richting aan de ontwikkeling van onze stad. Een van de prioriteiten is het terugdringen van het woningtekort tot 2% door toevoeging tot 2040 van 17.000 tot 22.000 woonruimten. Tot 2030 gaat het om 10.000 tot 12.000 benodigde extra woningen. Verder staan 55% CO2 reductie en klimaatadaptatie als prioriteit genoemd. De Omgevingsvisie stelt dat Nijmegen een compacte en leefbare stad moet blijven, zodat mensen zich gemakkelijk lopend, fietsend of met het openbaar vervoer kunnen verplaatsen. Het groene omliggende landschap blijft intact en ondanks de verwachte groei willen we dat Nijmegen een aangename stad blijft.
De extra woningen komen vooral op een aantal grote woningbouwlocaties
De extra woningen en werkplekken komen vooral op een aantal grote woningbouwlocaties: Waalsprong, Stationsdistrict (inclusief Waalfront en de binnenstad) en Kanaalzone Zuid (Winkelsteeg, Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch Oost en Hatert). Door de ruimte in de bestaande stad te benutten voor de verwachte groei van het aantal inwoners, werknemers en bedrijven kan Nijmegen die compacte stad blijven. Door slimme combinaties van woningen, werkplekken en andere functies blijft de stad aantrekkelijk om in te wonen, te werken en te verblijven.
Uitvoering grondbeleid
Grondbeleid is bedoeld om ruimtelijke opgaven mogelijk te maken en is ondersteunend aan deze ruimtelijke opgaven, maar, veel belangrijker nog, om bepaalde (maatschappelijke) doelen in een gebied te verwezenlijken of te versterken. De (maatschappelijke) opgaven binnen de gemeente zijn talrijk en concurreren ‘buiten’ met elkaar om de schaarse ruimte. De aard en diversiteit van deze opgaven en de samenhang tussen de opgaven leidt ertoe dat we steeds meer tot een integrale afweging moeten komen op welke wijze we de ruimte verdelen en inrichten. Met de komst van de Omgevingswet wordt ruimte geboden om vanuit het kader van de Omgevingsvisie, op locatie- en gebiedsniveau tot integrale keuzes en oplossingen te komen, samen met de samenleving. Hiervoor worden in een vroeg stadium de vele ruimtelijke belangen afgewogen en keuzes op hoofdlijnen gemaakt en vastgelegd in de Omgevingsvisie. Door de opgaven centraal te stellen en de belangen af te wegen kan tot een integrale ruimtelijke ontwikkeling worden gekomen met de meeste toegevoegde maatschappelijke waarde. Grondbeleid is vervolgens een belangrijk middel om een voorgestane ruimtelijke ontwikkeling te verwezenlijken.
Dit betekent dat de gemeente elke locatie- en gebiedsontwikkeling afzonderlijk weegt voor het te voeren grondbeleid. De maatschappelijke opgaven en de belangenafweging op locatie- en gebiedsniveau geven richting aan het te voeren grondbeleid. Door te werken met een afwegingskader wordt op een uniforme wijze op basis van de opgaven en de locatie specifieke omstandigheden het grondbeleid bepaald. De gemeente kiest voor ‘opgavegericht grondbeleid’. De gemeente weegt per situatie af welke vorm van grondbeleid wenselijk is. Dit betekent dat de rol van de gemeente per opgave of samenstel van opgaven en per locatie kan verschillen: actief, faciliteren of samenwerken. De uiteindelijke grondbeleidskeuze voor een specifieke locatie is het resultaat van een afwegingsproces waarbij de bouwstenen impact, regie en effectiviteit leidend zijn. Welke grondbeleidsvorm en daaruit voortvloeiende ontwikkelstrategie voor een specifieke locatie voor de gemeente van toepassing is, moet de uitkomst zijn van een zorgvuldig afwegingsproces. De gemeente hanteert hierbij een afwegingskader dat is opgebouwd uit drie bouwstenen: impact, regie en effectiviteit. Actieve grondexploitaties worden door de gemeenteraad vastgesteld. Het sluiten van anterieure overeenkomsten is een bevoegdheid van het college. Het college brengt na het sluiten van de anterieure overeenkomst de gemeenteraad met een raadsinformatiebrief op de hoogte van de afgesloten overeenkomst.
De manier waarop we ons grondbeleid uitvoeren, is uitgebreid omschreven in de Nota Grondbeleid 2024. Deze nota is in juni 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze nota gaan we niet alleen uit van faciliterend grondbeleid, waarbij we gebruik maken van ’publieke’ instrumenten, maar kiezen we nadrukkelijk ook voor een actieve, ontwikkelende en daarmee risicodragende rol van de gemeente. Dit kan zelfstandig of via samenwerking met marktpartijen en deelnemingen in publiek-private samenwerkingen (PPS) zoals Waalfront, of via een gemeenschappelijke regeling met andere overheden. In de actieve rol verwerven we gronden, ontwikkelen we plannen, maken we terreinen bouwrijp en verkopen deze. Door het Didamarrest van de Hoge Raad zijn de regels over de verkoopmethoden van gemeentelijk vastgoed en gronden iets aangepast.
Proces
Projecten worden door de afdeling Stadsontwikkeling voorbereid, uitgevoerd en financieel afgewikkeld. De planexploitaties van deze projecten, die altijd een doorlooptijd van meerdere jaren kennen, leggen we als document ter vaststelling aan uw raad voor. Bij veel van deze projecten speelt grondbeleid een belangrijke rol. Tussentijdse grotere afwijkingen in de planexploitaties worden gemeld bij de stadsbegroting. Dan rapporteren we ook over de ontwikkeling van de risico’s bij de planexploitaties en het benodigde weerstandsvermogen. Het Meerjarenperspectief Grondexploitaties(MPG) bieden we aan het begin van het kalenderjaar ter vaststelling aan de raad aan. Volgens planning wordt het MPG door de raad vastgesteld vóór de stadsrekening. Voor een aantal complexe gebiedsontwikkelingen: Waalsprong, Waalfront, Winkelsteeg Kanaalzone en Stationsdistrict, wordt ter informatie een tussenrapportage aan de gemeenteraad aangeboden. Dit gebeurt één keer per jaar, gelijktijdig met de 1e voortgangsmonitor/koersdocument. De afweging van mogelijk verwachte, grotere afwijkingen in het kader van de begroting vindt dan plaats. Daarbij rapporteren we ook over de ontwikkeling van de risico's in het taakveld planexploitaties binnen het programma Stedelijke ontwikkeling en Wonen en het voor dit taakveld benodigde weerstandsvermogen. Hiermee stellen we de raad beter in staat om actief te kunnen sturen op de grote gebiedsontwikkelingen.
Instrumenten grondbeleid
Om ervoor te zorgen dat we onze ambities en de bijbehorende doelen kunnen realiseren, is de inzet van het instrumentarium van het grondbeleid noodzakelijk. Op deze manier verbeteren we de ruimtelijke kwaliteit van onze stad door nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te ondersteunen dan wel zelf te initiëren en te (laten) realiseren. Inzet van het grondbeleid kan inhouden dat we de, voor de gewenste ontwikkelingen, nieuwe bestemmingsplannen gaan opstellen, dan wel dat we besluiten dat we, voor de gewenste ontwikkelingen, gronden moeten aankopen en uitgeven. In enkele gevallen houdt het ook in dat we een samenwerking aangaan met andere partijen zoals we gedaan hebben bij de gebiedsontwikkeling Waalfront. De uiteindelijke grondbeleidskeuze voor een specifieke locatie is de uitkomst van een afwegingsproces waarbij de bouwstenen impact, regie en effectiviteit leidend zijn.
Grondbeleid initieert en ondersteunt (ruimtelijke) ontwikkelingen die maatschappelijk en bestuurlijk gewenst zijn. Aan- en verkoop van grond en/of grond met opstallen is geen doel op zich maar een instrument om doelstellingen in andere beleidsvelden (ruimtelijk, economisch, volkshuisvestelijk, duurzaamheid en/of sociaal) tijdig te realiseren.
