Paragrafen

Lokale heffingen

Toelichting per belastingsoort

Onroerende zaakbelasting
De OZB wordt conform wetgeving opgelegd naar een percentage van de WOZ waarde. Voor de WOZ waarde wordt de waarde peildatum van 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar gehanteerd. Voor belastingjaar 2025 is deze peildatum dus 1 januari 2024.

In 2025 bedroeg de OZB opbrengst 113,7 miljoen euro (2024: 108,1 miljoen euro). De opbrengst over belastingjaar 2025 is 0,2 miljoen euro hoger dan het geraamde bedrag van de dynamische begroting (113,5 miljoen euro).

In het kader van de herwaardering WOZ 2025 zijn er 99.950 WOZ-beschikkingen (2024: 97.672) afgegeven.

Naar aanleiding van deze beschikkingen is er tegen 2.864 WOZ beschikkingen een bezwaarschrift ingediend (exclusief ambtshalve) (2024: 3.877). Procentueel uitgedrukt is er tegen 2,87% (2024: 3,97%) van de opgelegde beschikkingen bezwaar ingediend. Van deze bezwaren is 31% (2024: 25%) geheel of gedeeltelijk gegrond verklaard. Wij zijn in staat geweest om 99% (2024: 97%) van de WOZ bezwaren in 2025 af te handelen. Van de nog niet afgedane bezwaren was de wettelijke termijn op 31 december 2025 nog niet verlopen of is er verdaagd, loopt er nog een beroepsprocedure of is in overleg met de belanghebbende besloten het bezwaar aan te houden. De toegewezen bezwaren worden geanalyseerd en op basis van de uitkomsten daarvan wordt beoordeeld of we processen/procedures kunnen aanpassen om deze kwalitatief verder te verbeteren.

De Waarderingskamer heeft aan ons op 6 januari 2025 een goedkeurende verklaring afgegeven, zodat de WOZ-beschikkingen over het belastingjaar 2025, met waardepeildatum 1 januari 2024 afgegeven konden worden aan belanghebbenden.

Zoals aangegeven bij ontwikkelingen in de stadsbegroting 2025-2028 was de coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB van plan om de jaarlijkse stijging van de OZB aan banden te leggen (hoofdlijnenakkoord 2024-2028 ‘Hoop, lef en trots’). Door de val van dit kabinet op 3 juni 2025 is op dit moment niet duidelijk of dit mogelijk nog een vervolg gaat krijgen in de toekomst. We blijven de eventuele ontwikkelingen op dit terrein monitoren.

Bedragen x € 1.000

Opbrengst OZB

Raming stadsbegroting 2025-2028

113.544

Begrotingsbehandeling

0

Primitieve begroting 2025

113.544

Aanpassingen 2025

0

Dynamische begroting 2025

113.544

Meeropbrengst in stadsrekening 2025

153

Opbrengst OZB in stadsrekening 2025

113.697

 
Bedrijven Investeringszone
Zoals aangegeven bij ontwikkelingen in de stadsbegroting 2025-2028 liep ten tijde van het opstellen van de stadsbegroting 2025-2028 een onderzoek of het mogelijk was om een Bedrijven investeringszone (BIZ) op te richten voor de ondernemers op bedrijventerrein TPN-West in Nijmegen met ingang van 2025. De betreffende verordening Bedrijveninvesteringszone ondernemers bedrijventerrein Noord- en Oostkanaalhavens en Westkanaaldijk (TPN-West) 2025-2029 is op 18 december 2024 door de raad vastgesteld. Dit onder voorbehoud van de uitkomst van de wettelijk verplichte draagvlakmeting onder de betrokken ondernemers. Op 28 februari 2025 zijn alle bij de gemeente Nijmegen retour ontvangen stembiljetten beoordeeld op geldigheid en geteld door de benoemde stemcommissie en een (onafhankelijk) notaris. Gebleken is dat er onvoldoende draagkracht was onder de stemgerechtigde ondernemers om de BIZ in te voeren. Voorgenoemde verordening is daarom op 10 september 2025 door de raad ingetrokken. De uitkomst heeft tot herbezinning geleid bij het bestuur van TPN-West en in samenspraak met de leden is besloten om eerst actief meer leden op het bedrijventerrein te werven voordat er mogelijk vervolg wordt gegeven aan een volgende BIZ-ronde.

Afvalstoffenheffing
Al met ingang van 2017 is het vaste deel afvalstoffenheffing afgeschaft. Daarmee is deze lastenverschuivingsmaatregel (in 3 jaar tijd vaste deel afvalstoffenheffing verschoven naar de OZB) uit het coalitieakkoord 2014-2018 ‘Samen voor Nijmegen: sociaal, duurzaam en ondernemend’ volledig verwerkt. De gebruikers betalen alleen nog het variabele deel afvalstoffenheffing via de rode of groene huisvuilzak dan wel via de ondergrondse containers. De prijzen 2025 bedragen:

  • voor de rode zak € 0,75 (2024: € 0,69);
  • voor de groene zak € 1,20 (2024: € 1,09) en
  • voor elke aanbieding in de ondergrondse container € 1,20 (2024: € 1,09).

Rioolheffing
De belasting wordt geheven bij de eigenaar van een pand, dat is aangesloten op de gemeentelijke riolering of voorziening. Het tarief is afhankelijk van de WOZ-waarde van het aangesloten pand. Het tarief 2025 bedraagt 0,0444% van de WOZ-waarde (2024: 0,0472%) voor zowel woningen als niet‐woningen. Per perceel hoeft in belastingjaar 2025 niet meer dan € 4.440 (2024: € 4.720) aan rioolheffing (maximaal belaste WOZ‐waarde voor rioolheffing bedraagt 10 miljoen euro) te worden betaald (Dit betreft de zogenaamde ‘aftoppingsgrens’). Alle panden met een waarde van 10 miljoen euro of hoger betalen in 2025 dus niet meer rioolheffing dan de genoemde € 4.440. Deze aftoppingsgrens van 10 miljoen euro is afkomstig uit het coalitieakkoord 2014-2018 ‘Samen voor Nijmegen: sociaal, duurzaam en ondernemend’.

Rioolheffing mag maximaal kostendekkend zijn. Kostendekkend betekent dat de opbrengsten de kosten niet mogen overstijgen. Het maximale dekkingspercentage bedraagt daarmee 100%.

Bedragen x € 1.000

Opbrengst Rioolheffing

Raming stadsbegroting 2025-2028

16.624

Begrotingsbehandeling

0

Primitieve begroting 2025

16.624

Aanpassingen 2025

0

Dynamische begroting 2025

16.624

Minderopbrengst in stadsrekening 2025

20

Opbrengst Rioolheffing in stadsrekening 2024 (belastingjaar 2024)

16.644

Lastendruk: vergelijking realisatie 2025 ten opzichte van stadsbegroting 2025-2028
Onder woonlasten (lastendruk) verstaan we: onroerende zaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen waarmee ieder huishouden en bedrijf in een gemeente jaarlijks mee te maken krijgt.

Onderstaande grafieken geven de werkelijke lasten ten opzichte van de begrote lasten weer ten aanzien van de woonlasten van woningen en de OZB lasten van niet woningen.

Woningen werkelijk 2025 ten opzichte van begroot 2025

Uit bovenstaande grafiek blijkt dat de werkelijke woonlasten voor de eigenaar/bewoner en de verhuurder lager uitvallen dan de woonlasten zoals deze voor 2025 zijn begroot. Voor de werkelijke woonlasten is uitgegaan van de gepubliceerde cijfers van COELO 2025. Het verschil wordt veroorzaakt doordat de gemiddelde WOZ-waarde volgens het CBS (gepubliceerd april 2025) waar COELO vanuit is gegaan, lager uitvalt dan de gemiddelde WOZ-waarde waarvan bij het opstellen van de stadsbegroting 2025 (opgesteld zomer 2024) is uitgegaan. Achteraf gezien zijn de geraamde woonlasten 2025 te hoog ingeschat. Dit is ook opgemerkt in de stadsbegroting 2026-2029 bij de bepaling van de geraamde woonlasten 2026.

Niet-woningen werkelijk 2025 ten opzichte van begroot 2025

Uit bovenstaande grafiek blijkt dat de werkelijke lasten voor de bedrijven een fractie lager liggen dan voor 2025 is begroot.

Parkeerbelasting
Parkeerbelasting wordt geheven in het kader van regulering van parkeren. De gemeentelijke parkeerinkomsten bestaan uit parkeerbelastingopbrengsten en privaatrechtelijke opbrengsten. Privaatrechtelijke opbrengsten zijn vooral de opbrengsten die gegenereerd worden op afgesloten parkeerterreinen en parkeergarages. Onze verordening parkeerbelastingen maakt onderscheid tussen kort parkeren, parkeervergunningen en naheffingsaanslagen. In 2020 heeft de raad een nieuwe parkeernota vastgesteld. De uitwerking hiervan heeft in 2021 plaatsgevonden.

De opbrengst parkeerbelastingen wordt gebruikt ter dekking van de kosten van onder andere parkeervoorzieningen, het selectief toegangssysteem voor de binnenstad en het fietsparkeren (gratis bewaakte stallingen). Ook wordt handhaving op parkeren uit de opbrengst betaald.
De parkeerbegroting is in 2025 volgens de gemeentelijke richtlijnen opgehoogd met de prijsindexering en een extra verhoging van € 450.000. Deze verhoging is gedekt met de geldende parkeertarieven.

De belangrijkste tarieven:

  • parkeren kort in het centrum: € 3,90 per uur (2024: € 3,60 per uur)
  • parkeren kort in de eerste ring: € 2,80 per uur (2024: € 2,50 per uur)
  • dagtarief op de parkeerterreinen de Wedren, Julianaplein en Oude Stad € 11,00 per dag (2024: € 10,00)

Precariobelasting
Precariobelasting wordt in rekening gebracht bij degene die bepaalde voorwerpen op, onder of boven de voor openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. De grondslag is het aantal vierkante meters dat in gebruik is. Het aantal vierkante meters maal het tarief bepaalt de te innen belasting. De opbrengst precariobelasting is onder andere afhankelijk van het aantal evenementen dat plaats vindt. Ook wordt precario geheven over het gebruik van gemeentegrond door bijvoorbeeld aannemers bij bouwactiviteiten en het gebruik van terrassen op gemeentegrond.

Reclamebelasting
Zoals aangegeven bij ontwikkelingen in de stadsbegroting 2025-2028 heeft de raad op 20 december 2023, bij het vaststellen van de verordening reclamebelasting 2024, besloten om de tarieven reclamebelasting jaarlijks met 10% extra te verhogen bovenop het jaarlijkse gemeentelijke indexeringspercentage (2025: 4,57%). Dit naar aanleiding van de uitgevoerde evaluatie van het Binnenstadsfonds (collegevoorstel ‘Evaluatie Binnenstadsfond’ van 11 juli 2023 en raadsinformatiebrief ‘Evaluatie en continuering Binnenstadsfonds’ van 1 november 2023). De tarieven reclamebelasting zijn daarom in 2025 met 14,57% verhoogd.

Marktgelden
De marktgeldverordening is gekoppeld aan de marktverordening. Hierin is onder andere opgenomen welke terreinen zijn aangewezen voor het houden van markten en op welke dagen de markten worden gehouden. De marktgeldverordening regelt dat de gebruiker van die terreinen een recht verschuldigd is gedurende de uren dat er markt is. De tarieven in de marktgeldverordening worden berekend per kraam, per strekkende meter. Er is een tariefdifferentiatie opgenomen die aansluit bij het aantal uren dat de markt open is. Het tarief voor markten waar een marktorganisatievergunning voor is afgegeven, wordt gedurende de in de organisatievergunning opgenomen periode, per marktplaats per vierkante meter berekend.

Toeristenbelasting
Toeristenbelasting kan worden geheven indien er binnen de gemeente verblijf gehouden wordt door personen die niet als inwoner In de gemeentelijke basisadministratie zijn ingeschreven.
De toeristenbelasting wordt achteraf geheven. De toeristenbelasting is pas verschuldigd als daadwerkelijke overnachting heeft plaats gevonden. Op het tarief vindt een jaarlijkse indexering plaats. Een veelvoud van de jaarlijks ontvangen toeristenbelasting wordt door de gemeente jaarlijks geïnvesteerd in de toeristische sector. Daarbij gaat het naast het promoten van de stad, om aansluiting bij regionale projecten zoals het wandelnetwerk en investeringen in de binnenstad die erop gericht zijn meer bezoekers naar de stad te trekken.

Overige leges en rechten
Zoals aangegeven bij ontwikkelingen in de stadsbegroting 2025-2028 heeft de Minister van BZK voorgesteld om het besluit om verbouwactiviteiten per 1 januari 2025 onder het stelsel van kwaliteitsborging te brengen, uit te stellen. Verbouwactiviteiten vallen daarom nog niet onder de Wet kwaliteitsborging (Wkb). Wanneer dit wel gebeurt, is vooralsnog niet bekend. Net als in 2024 is het dan ook voor het jaar 2025 lastig inschatten wat de financiële gevolgen zijn van deze uitgestelde invoering. We zijn daarom in 2025 dicht bij de huidige werkwijze gebleven en blijven de effecten monitoren. De evaluatie zoals toegezegd bij de vaststelling van de legesverordening 2024 (20 december 2023) is daarom ook niet uitgevoerd in 2025 en niet verwerkt in de legesverordening 2026 (door de raad vastgesteld op 17 december 2025). De verwachting is dat het ook voor het jaar 2026 lastig inschatten blijft wat de financiële gevolgen van deze uitgestelde invoering zijn.

Uitgangspunt in onze gemeente is dat de leges, rechten en tarieven maximaal kostendekkend zijn. Dit wil zeggen dat de op de belastingplichtige te verhalen kosten in de tarieven dienen te worden opgenomen. Hiertoe wordt de gemeentelijke richtlijn Kostentoerekening leges en tarieven gehanteerd. Onze tarieven worden planmatig aan de hand van deze richtlijn getoetst. De kostendekkendheid van gemeentelijke leges is dynamisch. Veranderingen in de gemeentelijke organisatie en/of processen dan wel aanpassing van de legestarieven hebben gevolgen voor de kostendekkendheid. Op dit moment voldoen wij met de huidige kostendekkendheid aan de opbrengstennorm van artikel 229b van de Gemeentewet.

Nijmegen kent een vijftal verordeningen waarbij de regel geldt dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde kosten. Dit zijn de verordeningen rioolheffing, marktgelden, leges, scheepvaartrechten en de reinigingsheffing.

Deze pagina is gebouwd op 04/07/2026 14:06:51 met de export van 04/07/2026 13:52:52